Afregelprocedure

De peildoos is nu bijna klaar en we krijgen als het goed is al wat geluid uit de hoofdtelefoon. De middenfrequent-trafootjes kunnen op het gehoor afgeregeld worden; dat is niet kritisch. Meestal is een halve slag ingedraaid de beste stand. De oscillator komt er meer op aan. Deze is met de trimmer die parallel over de oscillatorspoel staat af te regelen. Het bereik van de oscillator moet minimaal van 3,955 tot 4,255MHz lopen. Dat is met behulp van een oppiklusje op een kortegolfontvanger, scanner, counter o.i.d. te testen. Meestal is het bereik wat groter en afhankelijk van spreiding van de componenten en het type varicapdiodes. Let op dat u de spoel tijdens het meten niet raakt omdat de oscillator dan zal gaan verlopen. Nu zit de ontvanger in de band. En als laatste handeling draaien we nog even de ingangstrimmer (zit over de spoel van de ferrietantenne heen) op maximum voor een optimale ontvangst en klaar is Kees!

zelfbouw80m6

Nou ja, klaar? Om te testen of de sense-antenne werkt moet deze ongeveer 15 tot 20cm uitgeschoven worden (niet verder) en ingeschakeld met het schakelaartje “sense”. Er moet nu een duidelijk verschil in de voor/achter-verhouding te bemerken zijn.

Vraag vervolgens aan een bekend lokaal station om een testsignaal in de lucht te zetten. Een paar watt is voldoende want het peildoosje is erg gevoelig. Kijk of de sense-antenne de goede richting aangeeft en zo niet… dan moeten de twee aansluitdraden van de sense-spoel op de print omgewisseld worden. De voor/achter-verhouding met sense zal ongeveer 1:10 moeten zijn. Is de sense-antenne te kort dan krijgen we een slechte voor/achter-verhouding doordat de ferrietantenne dan overheersend is op de rondstralende karakteristiek van de sense-antenne. Is de sense-antenne te lang dan gaat de rondstralende sense-karakteristiek overheersen op de richtkarakteristiek van de ferrietstaaf.

Tijdens de testjachten zullen we deze theorie nog nader toelichten en ook hoe er op verschillende manieren te peilen is. De ferrietstaaf heeft namelijk ook nog een heel mooi minimum op de lengte-as. Daar is ook prima gebruik van te maken want we hoeven niet altijd op het maximum van het signaal te peilen. Het minimum is veel scherper dan het maximum. Een ervaren jager peilt eerst op het maximum, met de sense ingeschakeld, om globaal de richting van de vos vast te stellen. Zijn we dichter bij de vos dan wordt precisie gevraagd en loont het om over te gaan op een minimum-peiling.

Modificaties en extra’s
Al direct na de eerste testjacht kwamen er jagers naar mij toe die zeiden: “Hij is wel erg gevoelig en dicht bij de vos wordt het moeilijk.” Te veel signaal resulteert in een verzadiging waardoor er geen peilkarakteristiek meer over is. Een aardige modificatie hiervoor is: gewoon de BFO uitschakelen. Dat blijkt prima te werken maar de ontvanger wordt daarvan natuurlijk wat ongevoelig. Iedereen maakte er meteen een schakelaar bij in de voedingsleiding naar de BFO. Til de 4k7 weerstand in de voedingsleiding naar de BFO op, maak de weerstand aan één kant los en zet hier een schakelaar tussen.

Fijnafstemming: plaats een extra potmeter van ongeveer 5 kilo-ohm in de leiding naar de afstempotmeter. Deze modificatie is leuk als je ‘s avonds in bed met een koptelefoon de 80-meter qso’s wilt volgen. Dit kwam op de Jutberg veel voor maar dit nachtelijk geluister werd mij niet in dank afgenomen door de diverse XYL’s van de bouwers.

Van PA0JCS, een fanatiek Jutberg peiler, kreeg ik later nog een tip. Plaats een germanium diode over de ingang van de detector. Hierdoor verkrijgen we met uitgeschakelde BFO een wat betere AM-detectie. Wie weet er nog een goede modificatie?